dinsdag 31 maart 2009

Mijn hart, mijn kathedraal

Toegang tot mijn hart is relatief gemakkelijk - narcose, mes erin, en vouw maar open. Daar ligt het, in mijn borstkas, onder mijn ribben. Je ziet het duidelijk op en neer gaan, pompen noemen ze dat. Het is zoiets kleins... Maar gevoelsmatig heeft het veel meer weg van een kathedraal binnen mijn lichaam dan van een pompmechanisme.

Mijn eigen kathedraal, mijn heiligdom: mijn hart. Ik vouw mijn borstkas voor u open bij wijze van deur, treed toe, ik leid u rond.
Aan mijn kathedraal lijkt geen eind te komen, niet in de breedte, de hoogte of de lengte. Naar deze uiteinden toe lijkt alles in het niets te verdwijnen, maar vrees niet, want dat betekent gewoon dat mijn kathedraal onmetelijk groot is, en dus naar believen kan gevuld worden met snuisterijen van herinneringen, of flarden van geluk die ik wil bewaren.
Toch is het niet donker in mijn hart. Vanzelfsprekend heeft het zijn schaduwkanten, want waar licht is, is schaduw. Zacht zonlicht is het, zacht ochtendzomerzonlicht. Het dwarrelt door de ruiten in de onzichtbare muren binnen en de gaten in het dak.

Ja, mijn kathedraal is een beetje opgelapt. Regelmatig al beschoten, weet u. Hier ziet u een reparatie die me niet veel moeite heeft gekost, het was even lastig maar ik heb uiteindelijk besloten dat de mens die de vernieling heeft aangebracht niet zo belangrijk voor me was, en dus heb ik het zaakje snel afgehandeld.
Ja, daar zijn inderdaad grotere gaten. Ik krijg ze moeilijk gedicht, want ze zijn gemaakt door mensen die me dierbaar zijn. Het zijn behoorlijke wonden, ja. Daarom repareer ik ze traag en zorgvuldig. Het kost me ongelooflijk veel tijd, en op een vrij moment werk ik eraan. Langzaam maar zeker zal ik het gat opvullen met bakstenen liefde, geduld en vertrouwen. Ik zal proberen om het volledig te repareren, maar in het midden zal altijd een klein stukje afbrokkelen, want zo'n diepe wonden helen niet volledig, nooit. Mettertijd zal ik de wind van pijn die door dat kleine gat waait niet meer voelen, of het went, maar mijn kathedraal zal altijd een beetje kapot blijven. Gelukkig, beste toerist van mijn hart, heb ik niet bijzonder veel last van de mankementen in mijn kathedraal.

Ik heb gemerkt dat u bewonderend rond u kijkt naar alle foto's die ik hier heb. Het zijn bijzondere foto's, het zijn herinneringen. Ik ben namelijk erg gehecht aan beelden en van nature visueel ingesteld, daarom zal u hier weinig teksten terugvinden. Mijn kathedraal lijkt voor u een chaos, en dat is het ook, maar ikzelf kan er toch een patroon in terugvinden. Orde komt voort uit chaos. Een speciale plek hier heb ik ook gewijd aan de herinneringen aan mensen die ik niet meer terug zal zien. Het is een beetje donker hier, maar dat komt omdat het een intieme plaats is. Er hangt een beetje een triestige sfeer, maar gemengd met de geur van zomer - De zomer is het mooiste, vrolijkste seizoen, en zo doe ik mijn mensen niets te kort. Ik wil niet oneerbiedig zijn tegenover hen, dus daarom, als ik hier kom, regent het even binnen mijn kathedraal. Maar daarna ruikt het naar versgemaaid gras -gek, hè?- en vlei ik me neer in mijn herinneringen.

Ik weet het, mijn collectie herinneringen is immens. Ik kan ze stuk voor stuk bekijken en gelukzalig wegdromen. Als ik ze voor het gemak orden op tijd, kan ik stellen dat mijn vroegste herinnering de eerste kleuterklas was. Ik ruik nog zo de mand met vieruurtjes. Mijn jonge jeugd-geuren bestaan vooral uit kleurstiften, papier van de drukkerij, gras, de muffe geur van verkleedkleren, de zoete vanillegeur van de Corolle-poppen en het parfum van mijn moeder en moeke. Hun geur, dat is thuiskomen. Misschien ook een beetje de geur van de zee. Naarmate ik ouder word komen er steeds meer stadsgeuren bij: de geur van wafels op de meir, een nieuwe boekentas, vers papier, potlood, Fnac, de stempeltjes bij tekenwinkel Dinet waar ik met mijn vader altijd heenging op woensdagnamiddag (we delen nog steeds de kinderlijke opwinding bij het zien, voelen, ruiken van een nieuw, wit, leeg schriftje), de geur van balletsloefjes en die milde zweetgeur die in de kleedkamer hing erna.
Zoals u merkt, toerist van mijn hart, kan ik die geuren nog perfect oproepen. Ik kan ze allemaal ruiken, ook al zijn ze er niet. Dat is een voordeel van mijn kathedraal voor mij, een nadeel voor u.

Daar zijn inderdaad een paar schaduwen, beste toerist. Mijn kathedraal is helaas niet alleen het onderdak voor mijn mooie gevoelens en herinneringen - sommige dingen wil ik verdringen, gevoelens of karaktertrekken waar ik niet trots op ben of dingen die me kwaad maken. Ze zitten in een kooi, hoor, maar ik ga u niet dichterbij laten. Laat de duisternis maar in zijn hok. Iedereen heeft wel een rot plekje in zijn kathedraal, u kijkt nu naar het mijne. Mettertijd zal u er wel een glimp van opvangen, daar twijfel ik niet aan - Zelfs die rotzooi moet af en toe de buitenlucht in. Toch probeer ik ze zo snel mogelijk weer achter slot en grendel te steken, en altijd is het een hele strijd, maar het lukt me wel. Laten we nu alstublieft verder gaan, dit is confronterend.

Als ik met een warm gevoel aan iemand denk, zal u merken dat mijn kathedraal zich plots niet meer wentelt in het licht van een zomerochtend, maar dat er plots overal een rood-gouden avondgloed hangt. Dat zijn mijn fantasieën die hiervoor zorgen. Als ik denk aan een reis in het verschiet, mijn broertje dat ik binnenkort weer zal zien en dat weer gegroeid zal zijn, mijn toekomstplannen op job-gebied, of aan de liefde - Ziet u, ik beschrijf alleen nog maar deze dingen en plots verandert de sfeer in mijn kathedraal volledig. Het wordt ook wat warmer, voelt u dat? Daar kan u, als u goed kijkt, een stroom vlinders zien voorbijfladderen. Ze vermenigvuldigen zich snel en ze zijn behoorlijk schuw, maar vanaf ik hen toestemming geef vrij te fladderen waar ze willen, zullen ze de hele kathedraal vullen. Het is een kwestie van tijd en ik wacht op het juiste moment, tenslotte pluk je appels ook nog niet voor ze rijp zijn. Ik push ze niet, als ik de vlinders aanvoel en zij mij, dan weet ik dat het goed zit.

En dan zijn we weer aangekomen bij mijn open ribbenkast, het hek rond de kathedraal. Als u ooit eens behoefte heeft aan comfort of liefde, troostende woorden of een knuffel... Mijn heiligdom staat open voor iedereen.

Geen opmerkingen: