zaterdag 14 februari 2009

Puur geluk

Er zijn een paar situaties die ik, wanneer ik me in zo'n situatie bevind, alleen maar kan omschrijven als 'puur geluk'. Dan sta ik even stil, en de tijd staat stil met mij, en ik reflecteer even over hoe gelukkig ik ben op dat moment. 

Midden in de nacht, al zittende aan mijn computer, met een mooi muziekje op dat mijn gedachten doet afdwalen en ervoor zorgt dat ik op automatische piloot doch met liefde mijn kat streel, die op mijn schoot ligt. Dat is puur geluk.

Puur geluk is soms iets prijziger maar daarom niet minder geweldig: met Edith in het midden van de nacht in Maleisië opstaan omdat we een jetlag hebben, en dan op het strand gaan zitten om kijken naar de zee. 

Als ik bij mijn papa ben en zie dat mijn broertje weer is gegroeid. Die eerste woordjes, die allemaal op elkaar lijken, maar waar we toch steeds zo mogelijk nog vrolijker van worden, dat is onbeschrijflijk. Die eerste conversaties ("Hoor je het water lopen?" "Jaah!" "Gaan we kijken naar het water?" "Jajajajajaaa!"), dat zijn momenten van puur geluk.

Vrienden zijn ook puur geluk. Deze ochtend bijvoorbeeld, al was het eigenlijk nog nacht voor ons. Ik (Shtaah), Gwendolina, Heidi en Herr Flick waren op Heidi's kotje. We hadden net een zotte partay gehad op een ander kot, en we waren moe. Herr Flick, gehandicapt als hij is, had zichzelf de trap opgesleept, vier verdiepingen hoog, maar we waren er geraakt. Eten na feestjes doet altijd goed, dus aten we koekjes en Madeleinekes, en dronken we water uit kopjes. Ik had me ook nog even bij het kacheltje geïnstalleerd terwijl Herr Flick's matras tevoorschijn werd gehaald en Heidi overal geimproviseerde kopkussens en dekentjes van maakte. Herr Flick had zich al op Heidi's bed gestationeerd en viel al half in slaap. Heidi ook. En Gwendolina ook. En ik keek in een Bauhausboek, om half 6 in de ochtend. Ik zette de eerste stap richting 'officieel gaan slapen', want Herr Flick lag niet in het bed waarin hij moest liggen, en Gwendolina zat aan een bureau te dommelen. "Komaan mannekes," zo sprak Shtaah, "We gaan pitten, want we zitten al te pitten, maar niet zoals het hoort." Dus vleidden we ons allen neer op de plaats waar het de bedoeling was dat we ons zouden neervleien: Ik naast Heidi in een éénpersoonsbedje, met een sjaal als hoofdkussen (maar dat was niet erg), Gwendolina op de tweede matras en Herr Flick op de derde matras. Gwendolina zette Miles Davis op, zachtjes. En Miles Davis speelde ons zachtjes in slaap, terwijl de zon al opkwam, totdat zijn batterij plat was - maar daar merkten wij natuurlijk al lang niets meer van. 

For you, it's another story, not even that interesting. For me... Yeah, that's pure poetry.