Het is laat in de nacht: mijn klokje - en dat staat héél juist - zegt 1u49. Er zijn geen sterren, want ze zijn verstopt achter wolken. Wolken, dat ben ik niet gewoon na een week 40°C - blauwe lucht - Provence - elk dorpje is hetzelfde - Frankrijk. Maar wel zalig. Ik had nog nooit in een burcht met muren van één meter dik geslapen, en nu wel.
Maar, omdat het laat is, wil ik liever even wat over mezelf vertellen - Als je met de auto gans naar Zuid-Frankrijk tuft heb je wel wat tijd om dingen te overdenken, en dat doe ik dan ook.
Ik moet allereerst vertellen dat ik van de Harry Potter-boeken houd. Ik kan er niets aan doen, het zijn gewoon fijne boeken. In het eerste boek staat onze tovenaarsvriend als jonge knaap in zijn toverschool voor een magische spiegel: op de één of andere manier toont de spiegel je spiegelbeeld (wonder, wonder!) maar als bijkomstigheid krijg je er ook nog eens je diepste verlangen te zien. Harry ziet uiteraard zichzelf met zijn familie, die hij in het echt natuurlijk niet kent en niet heeft. Moest de oude, wijze toverschooldirecteur Perkamentus hem niet op zijn verslaving aan de spiegel hebben gewezen, dan was het ventje zowiezo weggekwijnd bij het zien van zijn - veel gelukkigere - reflectie. Zette me aan het denken, en jou misschien ook: Wat zou ik zien, moest ik in die spiegel kijken? Wat zou jij zien? Wat is je aller-, aller-, allerdiepste verlangen?
Ik kon wel een paar dingen bedenken, de ene al gekker of materialistischer dan de ander.
Een diep verlangen waar ik hier -met enige schaamte weliswaar- bijvoorbeeld voor uitkom, is de iPhone 3G: ja, ik ben materialistisch op het gebied van gadgets.
Nog iets dat ik graag zou begeren is een Gouden Palm. Niet zozeer dat het mij om het winnen gaat, maar meer om waarvoor die Gouden Palm zou staan: een steengoede langspeelfilm van niveau maken. Regisseur worden en iets betekenen voor de wereld.
Mijn diepste, diepste verlangen ga ik hier niet neerpennen, kwestie van nog een beetje mysterie rond mezelf te creëren. Ja, ik heb één verlangen, een brandend verlangen. Als ik er nu over nadenk terwijl ik typ voel ik het borrelen in mijn binnenste - een onrustig, hevig flakkerend vuur van verlangen, begeerte. Elke keer dat ik eraan denk heb ik hartzeer, want een verlangen is juist een verlangen omdat je het niet kan krijgen, en denken aan datgene wat ik het liefste wil laat mijn hart keer op keer opnieuw breken en terug aan elkaar groeien, om dan terug te breken, om dan terug te groeien, etcetera. Telkens droom ik van datgene dat mijn hart in scherven op de bodem van mijn buik doet vallen. Als je me ooit met een dromerige doch gelukzalige blik in de ogen ziet: Ik heb hartzeer, maar het kan me niet schelen, want ik verlang.
Nu ga ik mijn kat knuffelen.